WCAG: dit is hoe jij eraan voldoet

In Nederland is digitale toegankelijkheid wettelijk vastgelegd in de WCAG (Web Content Accessibility Guidelines). Deze richtlijnen helpen je om ervoor te zorgen dat je website werkt voor iedereen, ook de mensen met een beperking. Wat meer van de helft van onze bevolking omvat.  

Zo ben je er dus écht voor je hele doelgroep. En als bedrijf ga je er ook op vooruit. Je communicatie wordt duidelijker en de website gebruiksvriendelijker. Wat zorgt voor minder vragen. Plus: jouw bereik en betrouwbaarheid groeit. What's not to like?  

Maar digitoegankelijkheid is geen kwestie meer van willen. Met de komst van de WCAG zijn organisaties sinds juni 2025 verplicht om zich aan de richtlijnen van deze wet te houden. Dat voert de druk op én zorgt voor meer vragen; want hoe voldoe je hier nou aan? Voor wie geldt het? Waar begin je?  

In dit blog lees je..

Geldt de WCAG ook voor jou?

Laten we maar met de deur in huis vallen: ja, de kans is groot dat jij moet voldoen aan de WCAG-richtlijnen. Voor overheden is digitale toegankelijkheid verplicht, zoals gemeenten en onderwijsinstellingen. Sinds juni 2025 geldt dat ook voor veel commerciële bedrijven, zeker als je iets online aanbiedt of verkoopt. Denk aan organisaties die digitale diensten aanbieden aan consumenten, zoals webshops, banken, reisorganisaties en telecombedrijven. 

De WCAG in een vogelvlucht

De WCAG zijn internationale richtlijnen die bepalen hoe je digitale omgevingen toegankelijk maakt. Denk aan alles wat online is: websites, webshops, apps en zelfs online documenten zoals pdf’s. 

De richtlijnen zijn opgebouwd rond vier principes. Je content moet waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn. Oftewel: mensen moeten je website kunnen zien of horen, ermee kunnen werken, begrijpen wat er staat en erop kunnen vertrouwen dat het werkt met verschillende hulpmiddelen. En dat klinkt misschien abstract, maar in de praktijk gaat het om hele concrete dingen.  


Wat staat er dan in die richtlijnen?

De WCAG beschrijft onder andere dat je:

  • Voldoende kleurcontrast gebruikt zodat een tekst leesbaar is

  • Je website ook alleen met een toetsenbord kunt bedienen

  • Duidelijke koppen en structuur gebruikt

  • Alternatieve teksten toevoegt aan afbeeldingen

  • Teksten begrijpelijk en logisch opbouwt


De hamvraag: wanneer voldoe je aan de WCAG?

Het eerlijke antwoord: als je digitale omgeving aantoonbaar aan de WCAG-criteria voldoet. Dat gaat op verschillende niveaus: A, AA en AAA. In de praktijk is niveau AA de standaard waar bijna alle organisaties aan moeten voldoen, maar daarover later meer. Het betekent concreet dat je website op meerdere punten getest moet zijn. En zoals je in het kader hierboven al leest: dat geldt voor meer dan de techniek alleen.  

Wil je echt weten of je eraan voldoet, dan kun je een toegankelijkheidsonderzoek laten doen. Vervolgens los je de gevonden problemen op en leg je het vast in een toegankelijkheidsverklaring.  

  • Op je website staat een formulier om contact op te nemen. 
    Maar als iemand iets verkeerd invult (bijvoorbeeld een verplicht veld overslaat), verschijnt er alleen een rood randje om het veld. Voor veel gebruikers is dat al onduidelijk, voor iemand met een visuele beperking probleem al helemaal. 

  • Je voegt bijvoorbeeld een tekstuele foutmelding toe (“Vul hier je e-mailadres in”) of je gebruikt naast kleur ook tekst om fouten aan te geven. Zo lezen schermlezers de melding voor.  

    Dit zet je vervolgens in je toegankelijkheidsverklaring:  

    Voor de aanpassing: “Formulieren geven niet in alle gevallen duidelijke foutmeldingen die toegankelijk zijn voor schermlezers. Dit voldoet nog niet aan WCAG 3.3.1 en 3.3.3.”  

    Na de aanpassing: “Formulieren zijn voorzien van duidelijke en programmatisch gekoppelde foutmeldingen. Deze worden correct voorgelezen door schermlezers. Dit onderdeel voldoet aan WCAG 3.3.1 en 3.3.3.” 

Maar er is meer.. Je plaatst nieuwe content, past pagina's aan, voegt functies toe en bij elke verandering kan de toegankelijk onbedoeld weer wegglippen. Toegankelijkheid is dus een proces, wat je om de zoveel tijd opnieuw moet laten checken en waar je als bedrijf aan moet blijven werken. 

De WCAG-niveaus uitgelegd

Er zijn dus drie niveaus. Zie ze een beetje als oplopende stappen in toegankelijkheid. Een soort zwemdiploma A, B en C, maar in dit geval heten ze A, AA, en AAA. Kort samengevat: op A niveau kan iemand je online platform gebruiken, op AA-niveau gebruikt je doelgroep het zonder frustratie en bij AAA sjeest je doelgroep er moeiteloos doorheen. Klap het kader hieronder uit voor de uitgebreide uitleg met voorbeelden. 

  • Niveau A is de basis. Hiermee voorkom je dat bezoekers of gebruikers volledig vastlopen op je online platform. Afbeeldingen hebben een beschrijving, je kunt met het toetsenbord navigeren, pagina's verspringen niet ineens. Echt de basis dus.  

  • Niveau AA is de goede gebruikservaring. Foutmeldingen leggen uit wat er misgaat en hoe je het oplost. Formulieren zijn logisch opgebouwd. Je content is zo geschreven dat je doelgroep het in één keer begrijpt. Er zijn duidelijke koppen waar je doorheen scant. De buttons zijn consistent en leggen uit waar je naartoe gaat als er erop klikt. En de ALT-teksten omschrijven wat je op een afbeelding ziet.  

  • Dit is waar je je als organisatie onderscheidt van de rest. Moeilijke informatie leg je uit met voorbeelden. Je biedt alternatieven, zoals een tekstversie én een audio-uitleg. Je geeft gebruikers meer controle door bijvoorbeeld tekstgrootte aanpassen.

WCAG-proof: digitoegankelijk plus taaltoegankelijk

Gaat het over de WCAG dan gaat het over digitale toegankelijkheid, en daarmee vaak over de techniek. Werken de knopjes, is de website logisch opgebouwd? Superbelangrijk. Máár taaltoegankelijkheid is net zo'n wezenlijk onderdeel om aan de WCAG-criteria te voldoen. Want zoals je hierboven al leest: op WCAG-niveau AA is het dus vereist dat content begrijpelijk is.  

Maar wanneer is dat eigenlijk? Simpel antwoord: als je communiceert op B1-niveau voldoe je hieraan. En waarom? B1-niveau teksten zijn goed te lezen voor ruim 95 procent van de bevolking dus daarmee ook het overgrote deel van jouw doelgroep.  

Zo leer je communiceren op B1-niveau

Ja, wat is nou echt B1-niveau? En hoe pas je dat toe in je eigen teksten? Dat is een minder eenvoudig antwoord. Het is namelijk veel méér dan het versimpelen van je zinnen, het gaat over begrijpelijkheid, structuur en de lezer centraal zetten. En dat gaat altijd verder dan wat een AI-model en een lijst synoniemen je vertelt.  

  • De originele zin is: “Zoals vermeld in onze correspondentie van 21 mei verzoeken wij u vriendelijk om de gevraagde documenten alsnog aan te leveren.” 

  • “In onze brief van 21 mei vroegen we u om documenten op te sturen. Wilt u dat alsnog doen?”

  • Het is al beter, maar geen zin waarin je je lezer centraal zet. Want wie onthoudt nou wanneer je welke brief hebt binnengekregen? En heb ik die vorige brief dan nu nodig? En waarom is die datum zo belangrijk? En 'documenten' is B1-niveau, maar om iets écht begrijpelijk te maken leg je uit om wat voor documenten het gaat.  

Daar helpen we organisaties dagelijks bij. In onze B1-trainingen en de aanvullende WCAG-module leer je hoe je complexe informatie helder maakt, zonder dat je inhoud verliest. We kijken samen naar je eigen teksten, zodat je direct ziet wat beter kan en hoe je dat aanpakt. Je krijgt praktische oefeningen en handige tips. In de verdiepende module krijg je specifieke kennis over ALT-teksten en linkstructuur.  Zo maak jij een reuzesprong naar het volgende WCAG-level.  

Jouw afdeling binnen vier uur digitaal toegankelijker laten communiceren?

Volgende
Volgende

Zo werkt digitale zorg wél voor je doelgroep